Tuchtregeling

Tuchtregeling

Tuchtregeling 

 

artikel  1 Begripsbepaling 

lid 1: In deze regeling worden verstaan onder: 

 

    1. Ongewenst gedrag: gedrag gericht tegen de Algemene gedragscodes zoals opgenomen in de inleiding bij deze regeling. Elk handelen of nalaten hetgeen in strijd is met de wet, de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereniging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad. Tevens geldt als ongewenst gedrag het handelen of nalaten welk in strijd is met de wedstrijdbepalingen, de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de KNVB of waardoor de belangen, van de KNVB, dan wel de voetbalsport in het algemeen worden geschaad;
    2. Verenigingsbestuur: Bestuur BFC;
    3. Vertrouwenspersoon: een persoon als bedoeld in art. 6 van deze regeling;
    4. Geschillencommissie: een commissie als bedoeld in art. 7 van deze regeling;
    5. Klacht: Elke schriftelijke (waaronder in deze regeling tevens wordt begrepen per email of per fax) uiting van onvrede, c.q. ongewenste gedrag ingediend bij de Geschillencommissie;
    6. Klaagster/klager: een (ouder van een) speler, trainer, teambegeleider, verenigingsmedewerker, tegenstander, lid van het verenigingsbestuur die wordt geconfronteerd met ongewenst gedrag en zich met een klacht tot de Geschillencommissie wendt;
    7. Aangeklaagde: degene over wiens gedrag een klacht is ingediend bij de Geschillencommissie;
    8. Maatregel: een maatregel heeft een tijdelijk karakter en wordt opgelegd na meerdere malen aanspreken van een speler door een daartoe bevoegd persoon zoals omschreven in de “Escalatieladder optreden ongewenst gedrag”;
    9. Sanctie: een maatregel opgelegd door de klachtencommissie zoals omschreven in artikel 13 van dit reglement. 

 

lid 2: 

      1. Onder deze regeling valt niet ongewenst gedrag dat al is gesanctioneerd door de KNVB.
      2. In voorkomende gevallen kan het Verenigingsbestuur gemotiveerd een kwestie voorleggen aan de Geschillencommissie waarin de tuchtzaken van de KNVB al een uitspraak heeft gedaan.
      3. Ook kan het Verenigingsbestuur een kwestie voorleggen aan de Geschillencommissie in die gevallen waarin naar het oordeel van het Verenigingsbestuur sprake is van ongewenst gedrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, lid 1 onder a van deze regeling.

 

artikel  2 Sancties ongewenst gedrag

In artikel 13 worden de sancties beschreven die opgelegd kunnen worden indien sprake is van ongewenst gedrag.

 

      1. Een maatregel kan worden opgelegd tegen ouders, spelers, trainers, leiders, vrijwilligers en betaalde krachten werkzaam bij BFC;
      2. Na (meermalen herhaling van) ongewenst gedrag en daarop aangesproken te zijn is de trainer, elftalleider, Hoofd Jeugdopleiding en voorzitter van het Verenigingsbestuur bevoegd een maatregel op te leggen en kan een speler voor de duur van maximaal twee weken (veertien dagen) worden geschorst. De Geschillencommissie wordt van die maatregel schriftelijk op de hoogte gesteld;
      3. Indien het ongewenst gedrag een ouder betreft wordt na twee keer aanspreken een klacht bij de Geschillencommissie gedeponeerd;
      4. De maatregel kan mondeling worden uitgesproken, deze dient daarna schriftelijk of per mail te worden bevestigd;
      5. Bij ongewenst gedrag zoals omschreven in artikel 1 lid 1 onder a is in eerste instantie uitsluitend de Geschillencommissie bevoegd. 

 

artikel 3 Domein van de Geschillencommissie 

lid 1. De Geschillencommissie is met uitzondering van enig ander orgaan in de vereniging bevoegd klachten te behandelen welke aangemerkt kunnen worden als ongewenst gedrag zoals gedefinieerd is in artikel 1 lid 1 onder a. 

 

lid 2. In ieder geval vallen hieronder gedragingen en handelingen als fysiek geweld (schoppen, slaan, kopstoot met de intentie), vandalisme, ernstig verbaal geweld, weigeren na sommatie het speelveld te verlaten, discriminerende opmerkingen, alcoholmisbruik, diefstal, drugsgebruik, seksueel grensoverschrijdend gedrag. 

 

artikel 4 Klager 

lid 1. Bevoegd tot het indienen van een klacht bij de Geschillencommissie is een (ouder van een) speler, trainer, elftalleider, verenigingsmedewerker, tegenstander, lid van de vereniging die wordt geconfronteerd met ongewenst gedrag zoals omschreven in artikel 1 lid 1 onder a. 

 

lid 2. Indien een klacht niet door de in lid 1 van artikel 4 genoemde personen wordt ingediend kan het Verenigingsbestuur of een daartoe bevoegd orgaan een klacht indienen bij de Geschillencommissie. 

 

artikel 5 Vertrouwelijkheid, geheimhoudingsplicht 

Een klacht wordt vertrouwelijk behandeld. Geheimhouding van feiten en stukken is verplicht. 

 

artikel 6 Vertrouwenspersoon 

Er zijn twee vertrouwenspersonen: bij voorkeur een man en een vrouw. Tot de taken van de vertrouwenspersoon behoren: 

      1. Emotionele opvang van de klaagster/klager bij stappen die deze onderneemt om een einde te maken aan de ongewenste situatie;
      2. Begeleiding van de klaagster/klager bij stappen die deze onderneemt om een einde te maken aan de ongewenste situatie;
      3. Signalering van eventuele probleemgebieden binnen vereniging en hiervan verslag doen aan het verenigingsbestuur Voor alle stappen die de vertrouwenspersoon bij haar taken als bedoeld in art.6 sub a en b onderneemt, is toestemming van de klaagster/klager nodig. 

 

artikel 7 Benoeming, samenstelling en bevoegdheid van de Geschillencommissie 

 

lid 1: De Geschillencommissie bestaat uit maximaal vier personen. 

 

lid 2: De Geschillencommissie is een commissie ingevolge artikel 6.2 van de Statuten van de vereniging BFC

 

lid 3: Uitgesloten van de Geschillencommissie zijn de leden van het Verenigingsbestuur, trainers, teamleiders, spelers en ouders waarop de klacht betrekking op heeft (zie intro). 

 

lid 4: De leden worden gevraagd voor de behandeling van de klacht. 

 

lid 5: In gevallen waarin een lid van de Geschillencommissie enigerlei betrokkenheid heeft bij klager en of/ beklaagde neemt hij niet deel aan de beraadslaging en de stemming over die betreffende klacht. 

 

lid 6: De Geschillencommissie wordt benoemd door het Algemene Ledenvergadering. 

 

lid 7: De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris. 

 

lid 8: Bij staken van de stemmen beslist de stem van de voorzitter van de Geschillencommissie. 

 

artikel 8 Registratie en vastlegging Geschillencommissie 

De secretaris van de Geschillencommissie houdt de registratie bij van de klachten en behandeling daarvan en vernietigt de gegevens na drie jaar.

 

artikel 9 Onderzoek 

 

lid 1: De Geschillencommissie hoort de klaagster/klager en de aangeklaagde afzonderlijk. 

 

lid 2: Zowel de klaagster/klager als de aangeklaagde kunnen zich hierbij laten bijstaan door iemand naar eigen keuze. 

 

lid 3: Een anonieme klacht wordt door de Geschillencommissie in principe niet in behandeling genomen. 

 

lid 4: De klacht dient schriftelijk te zijn ingediend, binnen 6 weken nadat het gedrag heeft plaatsgevonden, met vermelding van plaats, tijd en inhoud van de gedragingen. 

 

lid 5: Van elke hoorzitting wordt schriftelijk verslag gemaakt. 

 

lid 6: De klager kan te allen tijde de klacht schriftelijk intrekken. De Vereniging stelt de beklaagde binnen twee weken na ontvangst van een schriftelijke intrekking van de klacht op de hoogte. De behandeling van de klacht is daarmee afgedaan, behoudens de gevallen waarbij op grond van artikel 9, lid 7 van dit reglement door het verenigingsbestuur een verzoek tot verdere behandeling bij de Geschillencommissie is ingediend en waarop de Geschillencommissie dat verzoek heeft gehonoreerd. 

 

lid 7: Het Verenigingsbestuur kan in bijzondere gevallen een gemotiveerd verzoek bij de Geschillencommissie indienen om een zaak waarvan de klacht ingevolge artikel 9, lid 6 door de klager is ingetrokken toch te behandelen. 

 

artikel 10 Horen getuigen en andere betrokkenen, informatieplicht 

 

lid 1: De Geschillencommissie hoort getuigen en andere betrokkenen, die informatie kunnen verschaffen omtrent de omstandigheden waaronder de ongewenste situatie heeft plaatsgevonden. 

 

lid 2: Bovengenoemde personen zijn verplicht tot het geven van de gevraagde informatie. 

 

lid 3: Van elke hoorzitting wordt een schriftelijk verslag gemaakt, zoals omschreven in art 9 lid 5. 

 

lid 4: De commissie kan in het kader van hoor en wederhoor personen oproepen om mondeling informatie te verschaffen. Leden of wettelijke vertegenwoordigers van minderjarige leden van BFC zijn verplicht in de Geschillencommissie te verschijnen als zij daartoe uitgenodigd worden. 

 

lid 5: Indien leden of wettelijke vertegenwoordigers van minderjarige leden BFC weigeren te verschijnen voor de Geschillencommissie na daartoe opgeroepen te zijn kan een sanctie zoals voorzien in artikel 13, lid 1 van dit Reglement worden opgelegd. 

 

artikel 11 Informatie 

 

lid 1: Alle informatie die gedurende het onderzoek wordt verzameld heeft een vertrouwelijk karakter en mag slechts gedeeld met de partijen en hen die bijstand verlenen. 

 

lid 2: Gedurende de procedure houdt de secretaris van de Geschillencommissie alle partijen op de hoogte van het verloop van de procedure. 

 

lid 3: Alle hoorzittingen zijn besloten. 

 

artikel 12 Uitspraak 

 

lid 1: De Geschillencommissie verklaart in haar uitspraak de klacht 

      1. niet ontvankelijk, dan wel 
      2. niet gegrond, dan wel 
      3. gegrond. 

 

lid 2: De uitspraak houdt in de gronden waarop zij berust. 

 

lid 3: De commissie verklaart de klacht niet gegrond indien deze uitsluitend wordt gesteund door de verklaring van de klaagster/klager en niet vergezeld gaat van enig ander bewijsmateriaal.

 

artikel 13 Overzicht sancties 

 

lid 1: Indien de klacht gegrond wordt verklaard kan de Geschillencommissie de volgende maatregelen opleggen: 

 

tegen spelers: 

      1. waarschuwing 
      2. berisping 
      3. schorsing 
      4. uitsluiting van deelneming aan wedstrijden en of trainingen, hetzij voor een bepaalde duur, hetzij voor één of meerdere trainingen en/of wedstrijden 
      5. geldboete 
      6. veroordelen tot betalen van gemaakte kosten 
      7. ontzetting uit het lidmaatschap (royement)

 

tegen trainers, teambegeleiders, scheidsrechters, coördinatoren, ouders, bezoekers, bestuursleden 

      1. waarschuwing 
      2. berisping 
      3. schorsing 
      4. uitsluiting van deelneming aan wedstrijden en of trainingen, hetzij voor een bepaalde duur, hetzij voor één of meerdere trainingen en/of wedstrijden 
      5. geldboete 
      6. veroordelen tot betalen van gemaakte kosten 
      7. ontzetting uit het lidmaatschap (royement)

 

Ingeval van een royement beslist daarover het Verenigingsbestuur op advies van de Geschillencommissie. Ingeval het opleggen van een schorsing of het uitsluiten van trainingen en/of wedstrijden voor een periode langer dan zes weken treedt de Geschillencommissie daarover in overleg met het Verenigingsbestuur. 

 

lid 3: Indien de klacht niet gegrond wordt verklaard kan de Geschillencommissie de volgende maatregelen opleggen:

      1. de klaagster/klager zich te laten onthouden van beschuldigingen tegen aangeklaagde. 
      2. bij voortzetting van de beschuldigingen weigering dan wel intrekking van de inschrijving (bij spelers) 
      3. schorsing (bij medewerkers) 

 

lid 4: De Geschillencommissie is behoudens het bepaalde in artikel 13, lid 2 bij uitsluiting van alle andere personen en organen gerechtigd tot het opleggen van een maatregel zoals bedoeld in artikel 13 van dit Reglement. 

 

lid 5: Enige maatregel, zoals omschreven in artikel 13 van dit Reglement, welke door een daartoe niet bevoegd persoon of orgaan wordt opgelegd is nietig. 

 

lid 6: Een schorsing kan ten hoogste voor de duur van één jaar worden opgelegd. Gedurende de periode dat een lid geschorst is, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uitgeoefend, met uitzondering van het recht om in beroep te gaan. 

 

lid 7: Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Nadat het bestuur tot royement heeft besloten, wordt het lid zo spoedig mogelijk door middel van een brief met bericht van ontvangst en met opgave van reden(en) van het besluit in kennis gesteld. 

 

lid 8: Van een door de vereniging opgelegde straf kan het lid binnen een maand na ontvangst van deze kennisgeving bij het Verenigingsbestuur in beroep gaan. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep blijft een lid welk is geschorst of geroyeerd geschorst. 

 

artikel 14 Uitspraak 

Binnen 30 dagen na het indienen van een schriftelijke klacht, waarin het horen van klager, beklaagde en getuigen heeft plaatsgevonden, neemt de Geschillencommissie een besluit, hetwelk onverwijld na de besluitvorming zal worden medegedeeld aan klaagster/klager, aangeklaagde en het Verenigingsbestuur. 

 

artikel 15 Beroep 

Zowel klaagster/klager als aangeklaagde kunnen tegen de beslissing van de Geschillencommissie in beroep gaan bij het Verenigingsbestuur.

 

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!