Stadionpupillen

Bij de stadionpupillen leren kinderen het spelletje goed kennen en leren ze samen te spelen. Het is de bedoeling dat er in het stadion maximaal 5 tegen 5 wordt gespeeld (inclusief keeper). Hierdoor zullen de spelers veel meer balcontacten hebben, dan wanneer er bijvoorbeeld 7 tegen 7 gespeeld zal worden. Organisatorisch zal het voor de leid(st)er wat meer regelen zijn, maar het gaat hier toch uiteindelijk om de kinderen. Bij 6 tegen 6 of 7 tegen 7 worden de voetbalweerstanden (ruimten, tegenstanders) voor spelers groter en dit komt het leerproces niet ten goede.

Wij willen u dan ook verzoeken uw team dit seizoen 5 tegen 5 te laten spelen en zonodig bij extreme koude wat sneller door te wisselen (± 5-8 min.), zodat de kinderen een niet al te lange tijd aan de kant staan. Ook willen wij u vragen de keeper om de 10 minuten te vervangen door een veldspeler, zodat ook deze speler voldoende bewegingservaring opdoet en niet de grootste gedeeltes van een wedstrijd stilstaat.

Spelregels

  • Spelbegin: Het spel begint of wordt hervat, na een doelpunt in het midden van het veld. De tegenpartij moet hierbij een afstand van vijf meter in acht nemen.
  • Achterbal: Iedere achterbal is een uitbal voor de keeper aan hoekschoppen wordt in het stadion niet gedaan.
  • Uitbal: Als een bal via de zijkant van het speelveld het stadion verlaat, mag deze worden ingegooid door de tegenpartij, staande tegen de boarding vanuit de nek met 2 voeten op de grond.
  • Vrije schop: Bij stadionpupillen worden alle overtredingen bestraft met een directe vrije schop, waarbij de tegenstanders op een minimale afstand van vijf meter staan.

Het toepassen van de spelregels ligt in de hand van de spelleid(st)er. Hij of zij kan maar één bedoeling hebben en dat is de jongens en meisjes zoveel mogelijk laten voetballen. In het stadion mogen zich alleen de spelers en de spelleider bevinden. Coaches, begeleid(st)ers en anderen mogen zich dus niet tijdens de wedstrijd tussen de spelers begeven.