Algemene info

Bij de stadionpupillen leren kinderen het spelletje goed kennen en leren ze samen te spelen. Het is de bedoeling dat er in het stadion 4 tegen 4 wordt gespeeld. Hierdoor zullen de spelers veel meer balcontacten hebben, dan wanneer er bijvoorbeeld 5 tegen 5 of 6 tegen 6 gespeeld wordt. Organisatorisch zal het voor de leid(st)er wat meer regelen zijn, maar het gaat hier toch uiteindelijk om de kinderen. Bij 5 tegen 5 of 6 tegen 6 worden de voetbalweerstanden (ruimten, tegenstanders) voor spelers groter en dit komt het leerproces niet ten goede. De KNVB adviseert ook om 4 tegen 4 te spelen.

Wij willen u dan ook dringend verzoeken uw team dit seizoen 4 tegen 4 te laten spelen en zo nodig wat sneller door te wisselen, zodat de kinderen een niet al te lange tijd aan de kant stil staan.

Spelregels

  • Spelbegin: Het spel begint of wordt hervat, na een doelpunt in het midden van het veld. De tegenpartij moet hierbij een afstand van vijf meter in acht nemen.
  • Uitbal: Als een bal via de zijkant of achterkant van het speelveld het stadion verlaat, brengt de scheidsrechter de bal weer in het spel. De scheidsrechter bepaald of de bal voor een van de twee partijen is of dat deze neutraal in het midden wordt gegooid waarna het spel hervat wordt.
  • Vrije schop: Bij stadionpupillen worden alle overtredingen bestraft met een directe vrije schop, waarbij de tegenstanders op een minimale afstand van vijf meter staan.

Het toepassen van de spelregels ligt in de hand van de spelleid(st)er. Hij of zij kan maar één bedoeling hebben en dat is de jongens en meisjes zoveel mogelijk laten voetballen. In het stadion mogen zich alleen de spelers en de spelleider bevinden. Coaches, begeleid(st)ers en anderen mogen zich dus niet tijdens de wedstrijd tussen de spelers begeven.